Reflecteren heeft verschillende betekenissen, de definitie ervan bespaar ik jullie maar de betekenis die het voor mij heeft expliceer ik maar al te graag.
Laten we beginnen bij betekenis één: Het is de reden waarom hier de laatste tijd niets geplaatst is. Onze verslagen voor het school zouden reflectieverslagen moeten zijn maar wat zijn andere mensen nu geïnteresseerd in mijn reflecties ?
En natuurlijk is dat een uitvlucht, en heb ik hier gewoon al veel te lang niets meer geplaatst omdat ik het te druk heb en ja ook omdat ik af en toe wel eens te lui ben.
Maar goed dat is de nieuwste betekenis van reflecteren voor mij.
Want het begon allemaal een jaar geleden…
Een nieuwe school, nieuwe klasgenoten, nieuwe leerkrachten, een nieuwe portie stress en daar dook dan ineens het nieuwe magische duivelse woord “REFLECTEREN” op. Reflecteren ging maken of je zou slagen of niet, reflecteren de basisvaardigheid van elke opvoeder, reflecteren het belangrijkste aspect aan opvoeder worden, reflecteren: het moeilijkste wat er bestond. Dat was zowat wat reflecteren voor mij was de eerste module, het woord viel zo wat elke les en kwam bij elke beoordeling kijken maar wat het was werd eigenlijk nooit uitgelegd.
En daar kwam dan het eerste voorbereidende reflectieverslag aan, trillend voor de computer, enkele woorden typen, en weer weg, en weer enkele woorden typen, en weer weg, en weer enkele woorden typen … en dan toch maar voort typen, een nachtje zwoegwerk en zo daar was het eerste voorbereidende reflectieverslag. Want een echt reflectieverslag was het nog niet, nee dat was nog veel moeilijker.
Dus daar vertrok ik met mijn voorbereidend reflectieverslagje in men boekentasje, vastberaden dat ik gebuisd ging zijn, aangezien mijn reflectieverslagje niets anders was dan de verslagen die ik al altijd maakte over dat soort onderwerpen, gewoon het neerpennen van mijn gedachten.
Toen we de dag van onze evaluatie zaten te wachten op opbouwende kritiek besloot ik maar gewoon mijn oren te sluiten, horen hoe slecht ik was, veel zin had ik er niet in, ik zou wel gewoon luisteren naar de tips daarna. Toen ik daar met mijn oren dicht zat hoorde ik ineens het woord natuurtalent vallen. Nu zal het in mijn verbeelding wel natuurtalent zijn geworden in plaats van “Charlotte dat heb je heel goed gedaan”, maar toch, ik bleek dat reflecteren blijkbaar helemaal beet te hebben, “ehm ja oké, dankjewel, maar zou u me nu misschien toch eens even kunnen uitleggen wat reflecteren juist is?”.
Wel vanaf die dag kreeg dat duivels magisch woordje een nieuwe betekenis, een nog veel ergere betekenis…
Reflecteren is de reden waarom ik sinds kind al niet in slaap geraak ’s avonds, proficiat lieve leergroepbegeleidster, geen dokter die me dit ooit heeft kunnen vertellen…
Reflecteren over reflecteren
hemelse sneeuw
Vastbesloten trok ik drie truien, twee mutsen, vijf paar schoenen, zes sjaals, acht paar handschoenen, drie broeken en nog wat kleren aan. Het mocht dan de eerste sneeuwval zijn, de wegen mochten dan spekglad zijn, mijn wimpers vol met sneeuw, de wegen leeg buiten mezelf, ik had mezelf beloofd naar het kerkhof te gaan vandaag en geraken zou ik er ook. Daarbij iets mooier kon er toch niet zijn, een kerkhof prachtig wit met de manenschijn erop…
Na een fietstocht die me toch wat trager afging dan normaal, een paar groeten als hey eskimo en nat wordende billen (je weet wel, maar drie broeken…) bereikte ik samen met mijn mede sneeuwstrijder het kerkhof. Daar aangekomen moest ik haar toch gelijk geven, een kerkhof ’s nachts is al niet echt mijn ding en de sneeuw deed er ook geen goed aan.
Het leek eerder overdag te zijn maar dan lekker vies en grimmig en alsof er overal wel wat vampiers, zombies en sneeuwmonsters verstopt zaten. “Ja, en ook maar vies dat je niet weet waar je stapt” was het antwoord van mijn medesneeuwstrijder.
Zo had ik er nog niet over nagedacht.. Dus lieve grafzerkjes moest ik perongeluk over jullie heen zijn gewandeld zonder dat ik het voelde, sorry voor mijn onrespectvolle handelen, al geloof ik zelf toch wat meer in het verhaal van de sneeuwmonsters…
Life’s a choice
Ja! Nee! Hmm Zeker ? Misschien… Of toch maar niet… Of jawel toch maar wel… Alhoewel… Duh! Tuurlijk! Neih… Maar… Niks te maren! Waarom niet ? Waarom wel ? En wat als…
Zo gaat het er ongeveer dagelijks in mijn hoofd aan toe, over vanalles en nog wat. Maar vorige week heb ik eindelijk één van deze ontelbare enerverende gedachtekronkels gestopt.
Al zo’n drie jaar ging hij rustig zijn gangetje in mijn overkokende hersenpan.
Het begon allemaal met de breuk met mijn ex. Wat denk je op je zeventien als je je al twee jaar aan iemand vastklapt die dan ineens lijkt te verdwijnen? Aaaaaaaaaaaaargh ik kan het niet aan. En aaaargh ik wil weg, ver weg. Vooral in dat laatste zinnetje bleef ik steken, dat eerste kwam wel in orde…
Ik besloot dat ik een jaar vrijwilligerswerk zou gaan doen, ik moest en zou weggaan en dan liefst nog zo ver mogelijk. Ik bezocht enkele organisaties, verdeed mijn tijd op talloze websites van vrijwilligerswerk om altijd tot de conclusies te komen te duur, te katholiek, te te te te … En om te moeten toegeven dat ik zo’n jaarTJE toch eigenlijk wel heel lang vond.
Dus besloot ik een studierichting te kiezen waar ik mijn stage in een ontwikkelingsland kon doen, dat was immers één van mijn dromen geworden, gaan helpen in een ontwikkelingsland.
Een maand geleden was het dan eindelijk zo ver, de voorstelling ervan, al had ik natuurlijk de weken ervoor weer wat hinksprongen zitten doen tussen wel en niet, voor en nadelen en vooral mezelf moed inspreken om het wel te doen.
Kom je daar vol verwachtingen aan op zo’n informatiemoment, ongeïnteresseerd luisterend naar de europese stages en wachtend op de stages die veel verder zijn, ver weg buiten Europa. Springt daar ineens iets Amerikaansachtigs tussen. Niet luisteren Charlotte, niet luisteren, niet luisteren, niet … ooh Amerika lijkt me eigenlijk ook wel heel leuk…
Hiephoi, wat een geluk heb ik, nog een keuze bij, zalig toch zo’n leven vol keuzes!
Ik haat ze, ik haat ze, ik haat ze, ik ga naar Amerika…
Tenminste als ik compatibel en geschikt ben, hah meneer de stagebegeleider ga jij nu maar eens wat keuzes maken!
En asjeblief vertel me niet dat mijn keuze uiteindelijk voor niets bleek…
Of liever toch wel ?
Of toch niet ?
Of….
America here I come!
Halloween met griezelouders
Kots, zieken, koude, heimwee, ruzies, ‘ranzige toiletten’, lawaai, te weinig slaap, … Maar vooral veel voldoening en me weer even kind voelen.
Met slaperige oogjes, veel gegeeuw en een hoop doorzettingsvermogen besluit ik hier toch nog even een blogje te schrijven over mijn fantastische scoutsweekend vol frustraties, wilde spelletjes, veel plezier en weinig slaap.
Halloweenweekend, lieve ouders gelieve er om half acht te zijn. Als wij om zeven uur aan het weekendlokaal aankomen staan er al een horde ouders te wachten om hun huilende kinderen af te staan aan vijf jonge meisjes die ze amper kennen. Een heel deel vond het niet nodig ons te laten weten wat hun adres, telefoonnummer en medische info is dus vormen we een leuk wachtrij-tje achter de computer in de hoop deze info toch nog te ontfutselen. De strijdlustige ouders die deze wel bezorgd hebben glippen langs ons naar boven om tegen onze vraag in hun kind snel het beste plekje te bezorgen, andere kinderen daarvoor verleggen is geen obstakel! Enkele kinderen die niet verwittigd hebben verschijnen toch, geen stress hoe meer zielen hoe meer vreugd, het zijn er toch nog maar 40… . Daarbij slagen er zelfs ouders in hun ingeschreven kind gewoon niet te brengen zonder ons daar van op de hoogte te stellen. Gelukkig komt onze lieve ouderraadvriend ons na een halfuur de tip geven dat het echt niet slim is ouders binnen te laten in de gebouwen en dat hij een voorbeeldige ouder is die het nu wel even snel zal ‘afbollen’… Echt bedankt voor de tip, kunnen jullie dan de volgende keer misschien op het afgesproken uur aankomen zodat wij eerst het gebouw kunnen verkennen en oh ja misschien moet u dan de volgende keer ook u dochter zelf laten uitpakken ? Want alle ouders bollen het namelijk af als ze hebben gezien dat hun kind een prachtig plaatsje heeft tussen al haar vriendinnetjes en haar matrasje er piccobello bij ligt.
Daartussen volgt een schitterend weekend met een verschrikkingstocht, en ja veel wenende kindjes maar toch ook wel dappere achtjarigen die zelfs de monsters durven bestrijden. Een weekend met wilde spelletjes waar 41 kinderen volledig in opgaan, gevolgd door 41 kinderen die toverdranken maken. ’s Avonds een performance van jewelste door onze lieve griezels die ons ’s morgens al om half acht kwamen wekken. En daartussen ongelofelijk lekker eten van onze geweldige fouriers. Spijtig genoeg is het zondag al gedaan en tijd om te kuiiisssen! Vol moed beginnen we te kuisen, geholpen door onze geweldige kids, en af en toe wat spelletjes er tussen. We hebben ons best gedaan een goede tijdsplanning te creëren maar ooh wie staat daar weer een half uur te vroeg ? Het zijn onze ongewenste griezels die onze geweldige kindjes veel te vroeg komen ophalen… Even in de auto wachten ? Nee het is veel aangenamer je kind gewoon weg te plukken uit een hoop van ondertussen nog 38 kinderen aangezien er ondertussen drie ziek naar huis waren afgevoerd.
Blijkbaar zijn we met ons gevijf nog niet opgewassen tegen een horde gruwelijke ouders, volgende keer meer voorbereidingen treffen!
En oh ja, we hebben ze trouwens met veel plezier een weekend opgevangen en weken tijd in de voorbereidingen gestoken, een dankjewel volgt wel op één van de 40 volgende vergaderingen dan zeker ?
Nvdr: Ze vallen niet altijd op, maar er zitten ook een behoorlijk aantal goede griezels tussen hoor! Daarbij produceren ze op één of ander manier wel schitterende, enthousiaste, geweldige kleine griezeltjes!
Familieuitstapjes
Als er nu één ding in het leven is wat het allerbelangrijkste is qua kennis, dan is het toch wel de kennis over de zwakke plekken van je ouders.
Af en toe moet je eens testen of het nog werkt, maar nog nniet veel hebben men lieve glimlach, knipperende ogen en de woorden ‘allerliefste papa’ me in de steek gelaten wanneer ik iets wilde gedaan krijgen. Ben ik trouwens niet zo in de moed om me te veranderen in een poeslieve dochter verstop ik me gewoon achter mijn virtueel schermpje en sms ik eens wat meer x-jes of een zie je graag achter mijn bericht. Geloof me, het zijn magische woorden die wonderen kunnen veroorzaken.
Nu als ik echt geen kans op falen wil moet ik de methode gebruiken die me nog nooit in de steek heeft gelaten de befaamde ‘familieuitstap’-methode. Als er bij mijn papa één toverwoord bestaat is het wel familieuitstap. Dus als ik hoor dat U2 naar België komt bedenk ik me ‘Let’s try it’.
“Papa”, allerliefste laat ik achterwege aangezien ik het magische toverwoord hier kan inschakelen dus ik toch al niks meer te vrezen heb, “ik had zo eens een ideetje, volgend jaar, 3 dagen naar je verjaardag, komt U2 naar België, wat eeehm dacht je van eehm er een familieuitstapje van te maken ?”. Oké, ik wist dat het toverwoord me ging helpen maar dat ik direct een “Wat een superidee!” naar me toe gegooid kreeg was echt wel het laatste wat ik verwachtte.
Nu had ik natuurlijk ook een heel proces geactiveerd, papa die een week druk bezig met alles te onderzoeken hoe hij die familieuitstap moet regelen, waar en wanneer moet hij die kaarten toch kopen ?
Als ik zaterdagmorgen om half 11 wakkerschrik van een ‘YES’ aan een gevaarlijk hoog aantal decibels die door het huis galmt denk ik dat er iets ernstigs is gebeurd. Oké, yes is een positief woord, maar niemand roept om iets positief zo verschrikkelijk hard, of toch wel ?
Want er klinken nog enkele yessen, aan een gelukkig lager aantal decibels, tot in mijn slaapkamer. Nu toch wakker en wel wat nieuwsgierig sluip ik nog halfslapend naar beneden om toch maar eens te gaan checken wat dat grote nieuws is. “Wat is er yesyesyes ?” “De volgende familie-uitstap is yesyesyes”, nog maar juist wakker probeer ik alles op een rijtje te zetten ” Dus we gaan…” “Jaja de hermansen gaan volgend jaar U2 een bezoekje brengen, weliswaar, met HEEL het gezin!”.
Het is een once in a lifetimer wat ik nu ga zeggen maar
ik kijk enorm uit naar ons volgende familie-uitstapje!
Winterblues
“Charlotte, wanneer kom je nog eens met een lief thuis ?” klinkt het vanuit de keuken. “Binnen 2 maanden, 1 week en 6 dagen, mama” roep ik terug. “Oké, het staat in mijn agenda” brult Ans er doorheen. ” Ze zijn precies moeilijk te vinden hé tegenwoordig”, mama weer. Doe ik me dan zo zielig voor vraag ik me af ? Alsof ik hopeloos opzoek ben en maar niet van het straat geraak, terwijl schrijf ik de deadline in mijn agenda die ik van men zussie heb gekregen om met een lief thuis te komen, 9 december 2009. “Misschien is die Michiel wel iets voor jou? ” “Mama ik moet wel heel hopeloos klinken als je me al gaat koppelen aan jongens die je nog niets eens gezien hebt”. Maar zo gezegd, zo gedaan. Ik vertrek naar het befaamde café Kalifornia voor mijn wekelijkse maandagdate met Michiel. Nog maar half zittend krijg ik een eerste sms ‘Ansie zus: Hoe ist met de michel ?’, Michiel denkt bij zichzelf ‘haha zullen we daar eens genante situaties creëren’ en stuurt stiekem terug: ‘We zijn samen’. Nu weet Michiel niet dat er voor de familie Hermans wel wat meer nodig is om genante situaties te doen ontstaan, daarbij weet hij ook niet wat hij in gang heeft gezet. Biepbiep ‘Ansie zus: ‘Neeeeeee wacht tot 9 december’, 2 minuten later telefoon: “Alé Charlotte wacht toch nog ffkes, geeft dat wat tijd dan gaat dat allemaal beter gaan en dan op de 9de zorgt ge da ge samen zij”, nog half overdonderd door het feit dat ik liefdesadvies krijg van mijn 15-jarig zusje klinkt het volgende berichtsignaal al weer ‘ Nee, komaan. Ge kunt kieze, michel of ik ?’. Michiel die ondertussen wat verbaasd zit te kijken naar een voor hem onbekende manier van omgaan van zussen begint zich toch wat te ergeren in het ‘Michel-gedoe’. BiepBiep ‘Nee, ik denk da onze vriendschap dan hier eindigt’, toch wel wat geschrokken stuur ik haar dat ze onze zusterliefde nooit zal kunnen verbreken, ‘Ik ga slape, laat mij me rust ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. Love yah.
Oef, de laatste woorden redden me, ze houdt nog steeds van me, en ja ik geef toe, ik besluit te wachten tot 9 december en om 23u stap ik de Kali buiten, nog steeds zonder lief.
Dus wie voor 9 december dit leest en zich geroepen voelt mag me steeds eens bezoeken.
Want ook al denk ik bij elk ruzieënd koppel dat ik zie, bij elke vriendin die weer eens zaagt over haar lief en bij elk koppel dat uiteen gaat, ‘wat ben ik blij dat ik vrijgezel ben’.
Nu ik hier zo alleen zit, zelfs mijn zusje die me heeft verlaten, voel ik de winterblues toch stiekem naar boven sluipen en begin ik er over te twijfelen om toch niet even te polsen bij men zusje dat we die deadline toch niet kunnen vervroegen… en in de tijd dat ik al mijn moed bijeen sprokkel om dit aan dat 15-jarig gedrocht waar ik zoveel van hou te vragen hoop ik dan ook nog eens de jongen tegen te komen die zich ook ergert aan ruziemakende, uiteengaande, zagende koppels maar toch ook wel een beetje op kijkt tegen die eenzame vieze koude winter…
Busperikelen in mijn hoofd
Als ik dinsdag met wat tegenzin op mijn bus richting cinema sta te wachten doet een buitenlandse man op leeftijd een poging om contact met me te leggen. “Hey, alles goed ?”, ik beantwoord met een hoofdknik en “ja”. Tegelijkertijd voel ik me al schuldig, kan ik nu niet wat vriendelijker zijn ? Maar ik moet toegeven soms overheersen er onbewuste vooroordelen bij mij, onvriendelijk zal ik niet zijn maar ik geef toe dat ik verwachtte dat er wel een opmerking over mijn uiterlijk of telefoonnummer zou volgen. Als de man een poging doet om een uitgebreider gesprek te starten besef ik dat mijn vooroordelen vooroordelen zijn en ga ik in op de man zijn pogingen een sociale babbel te doen. De sociale babbel blijkt toch wat moeilijker te gaan dan verwacht aangezien de man zijn nederlands niet zoveel verder reikt dan “Hey, alles goed ?”. Maar omdat de man echt wel vast besloten is om de sociale babbel voort te zetten en ik daar ondertussen volledig voor open sta besluit hij me duidelijk te maken waar hij in Boechout werkt. Hij blijkt in de buurt te werken, maar toch niet naast me zoals ik eerst denk. Wanneer ik na enige tijd de woorden woorden “dood” en “meisje” in één zin versta begrijp ik dat het over de serres van Hendriekes papa gaat. Dapper bijt ik mijn tranen weg om de conversatie voort te kunnen zetten. Want over het ongeval kan ik praten, maar het woord ‘dood’ maakt het altijd zo echt. Net zo echt als mijn verdriet, dat ik niet aan deze man wil laten zien. Waarom niet ? Denk ik dat de man zich ongemakkelijk gaat voelen ? Voel ik me te ongemakkelijk ? Ik vraag me tegelijkertijd zelf af dat deze man misschien al gehard is en meer zo’n dingen in zijn leven heeft meegemaakt, en dat het wel enorm ‘chique’ is van die man dat ook hij dan door zoiets nog gechoqueerd is. In ieder geval denk ik zelf niet dat de man heeft begrepen dat ze ook een vriendin van me is, maar de pijnlijke situatie wordt doorbroken door de bus die voor één enkele keer eens op tijd komt. In de bus schiet mijn schitterend geweten weer eens in gang en draait op volle toeren terwijl mijn gesprekspartner iemand heeft gevonden waarmee hij kan converseren in zijn moedertaal. Ik vraag mezelf af waarom ik het in godsnaam nodig vind om altijd eerst af te wachten of buitenlandse mannen gewoon een sociale babbel willen doen of dat ze mijn nummer willen ontfutselen. Beschaamd besef ik dat die man waarschijnlijk op weg is naar zijn vrouw en kinderen en dat als er een blanke man voor mij had gestaan die even ‘erg’ op leeftijd was, dat ik er dan zelfs niet bij had nagedacht. Leuk vind ik het niet om mezelf met mijn ingedrongen vooroordelen te confronteren maar het helpt me wel om ze op zij te zetten. Ik denk er nog bij dank je meneer om weer eens wat vooroordelen uit dat benauwde hoofd van me weg te werken, stap van de bus en kijk nog eens achterom om vriendelijk en glimlachend ‘tot ziens’ te zeggen. Ik ben al twee meter verder als de man me terugroept, volledig vrij van vooroordelen en gedachten stap ik terug om dag te zeggen. Ik krijg het compliment dat ik mooi, goed en niet-racistisch ben. Gevolgd door de vraag naar mijn nummer. Een ‘waarom-vraag’ vind ik wel geplaatst als een minstens 40-jarige man dit vraagt, dus op vriendelijke toon vuur ik ze af. Nog eens de rij complimenten die voorbij komt, maar die vind ik niet zo als geldige reden klinken. Dus ‘bedankt, maar wat ga je met mijn nummer doen ?’. ‘Misschien kunnen we zaterdag of zondag iets gaan drinken ?’. Ik heb al mijn vooroordelen uit de weg geschoven, maar het principe dat ik met onbekende 40-jarige mannen niet zomaar op café ga heb ik wel laten gelden, dus excuseer meneer, was u huidskleur blank geweest en u nederlands perfect had ik u net hetzelfde vertelt.
Kinderdromen
Lotte haar lievelingssport is zemmen en ze leest enorm graag Alice in Wonderlant, haar lievelingszanger is Sam Gooris en de mooiste film vindt ze de 101 dalmasiër. Haar lievelingsdier is een wit konijn, geen bruin, geen zwart maar een wit. Lotte is ook dol op haar poes.
Emilie zou later graag barbie worden. Spijtig genoeg heeft Emilie bruin haar.
Ans Brants wordt later meisje van de trein.
Mijn broer ziet het wel zitten om baker te worden. Hij houdt trouwens niet van stinkdieren.
Anne haar mooiste herinnering aan mij is dat ik samen met haar in het touw spring en ze zou graag dierenarts worden, iets wat me nogal moeilijk lijkt met een opleiding rechten.
Rebecca is enorm blij dat ik haar frindin ben en haar lievelingszanger is barbie, benieuwd welke liedjes ze goed vindt van barbie. Hendrieke zou graag kleuterjuffrouw worden, al weet ik dat die droom ondertussen veranderd was naar stewardess.
Seppe wordt later wetenschapper, benieuwd of hem dat lukt via de muziekacademie.
En Rik houdt niet van zijn broer.
Stefanie is dol op jort en houdt niet van trutten. Oeioei als Stefanie ooit te weten komt dat Jort ondertussen samen woont met een Lise.
En ik had vroeger blijkbaar een vriendschapsboekje van barbie…
got addicted to your light
Gisteren, toen ik in een auto zo wat aan de andere kant van België leek te zitten, keek ik uit het raam, en besefte ik dat ik je ook hier niet zou zien. Dat ik heel de wereld kon rond reizen maar dat ik je nergens zou vinden. Zien is misschien een fout woord, ik zie je namelijk elke dag op foto’s, heel de dag door in herinneringen, niet dat dat valt te vergelijken met jou in het echt zien. Je schaterlach erbij horen en gewoon u nog is vastpakken. Niet dat ik je zo enorm veel vastpakte, we hadden elkaar graag, althans dat denk ik toch, maar nog elke week ben ik bezig met mezelf tegenover jou te plaatsen. Ik kende je al lang en sommige periodes hadden we meer contact, soms minder. De laatste tijd minder, zo twijfelde ik om je te vragen op mijn verjaardagsetentje, en heb ik dit uiteindelijk niet gedaan. Het is de eerste keer dat ik dit neerschrijf en ik weet dat je me het niet kwalijk neemt, maar toch is het zo één van die kleine dingen waar ik spijt van blijf hebben, die toch af en toe een licht schuldgevoel creëren en die me bij doodgewone situaties af en toe wat harder doen nadenken. Niemand spreekt het uit maar bij iedereen voel je schuldgevoelens hangen, voel je vragen hangen over hoe hier met om te gaan. Maar lieve meid zelf jij zou hier geen antwoord op hebben. Toen ik me dus gisteren al deze bedenkingen maakte kreeg ik weer die pijn, die er in het begin ook was en vroeg ik me af in hoeverre ik dit heb kunnen plaatsen, of ik dit heb kunnen plaatsen. Iets wat natuurlijk helemaal niet nodig is, aangezien we nog maar vijf maand verder zijn… Nog maar… voor sommige dingen lijken vijf maanden zolang, voor sommige lijkt het niets. Jouw vijf maanden niet zien is lang, maar toch lijkt het nog alsof alles gisteren is gebeurd. Velen van ons zeggen ‘het leven gaat voort, maar dat van ons blijft stilstaan’, ik ben vaak één van deze velen. Maar soms vraag ik me ook af of we dit niet zelf proberen, of we allemaal niet gewoon bang zijn om voort te gaan, bang om anderen het gevoel te geven dat we jou vergeten, wat niemand van ons ooit zal doen, je aanwezigheid is nog elke dag te voelen. Bang dat het mogelijk is dat dit zich ooit zou herhalen, maar daar denk ik liever niet aan, al doe ik het wel elke dag… . Bang dat één van ons toch de weg kwijt raakt, al durf ik niet te zeggen dat dit nog niet gebeurd is. Het is soms grappig om te zien hoe zorgend we allemaal zijn voor elkaar en ons zo sterk voor doen terwijl we onderhuids aan het sterven zijn, niet de gepaste woorden, maar misschien gebruik ik ze wel expres, omdat deze versprekingen al zoveel pijnlijke maar ook grappige momenten hebben opgeleverd. Grappige momenten zijn trouwens hetgene wat ons sterk houdt baby, in het begin kon ik niet aan je denken zonder tranen die over mijn wangen rolde maar deze tranen maakte vaak, bijna altijd plaats voor een enorme glimlach omwille van al de grappige momenten die jij ons hebt gegeven. We hebben jou nodig om ons hier doorheen te trekken, u grappige stoten, onverwachte uitspraken, … Jij moet ons hier door sleuren meid, en ik weet dat je dat aan het doen bent.
Wat een onsamenhangend geheel is deze tekst geworden, maar zo voelt het tegenwoordig ook wat in mijn hoofd aan. Ik zou het weet ik hoeveel dubbele van deze tekst nog kunnen schrijven, als je je bedenkt hoeveel ik aan je heb gedacht de laatste 5 maanden. Maar soms bedenk ik me wel eens dat je al ons gezaag wat beu wordt, dat je liever luistert naar wat er hier allemaal in Boechout gebeurd, al weet je dat maar al te goed aangezien je er nog steed bij bent.
Lieve Hendrieke, ik mis je zo enorm hard, iedereen mist je zo enorm hard, weet gewoon dat je niet vergeten zal worden, nooit, dat je nog elk moment van de dag bij ieder van ons bent en dat wat is gebeurd nooit had mogen gebeuren.
En misschien moest je inderdaad wel eeuwig jong blijven, van geest was je dat zoiezo altijd gebleven, maar we hadden je zo graag allemaal met ons oud zien worden.
De Menense Awards
Gisteren waren het zoals u wel weet de befaamde TMF-awards. Maar wat u waarschijnlijk niet weet is dat er een klein dorpje ergens aan de andere kant van België zich zo belangrijk waande om voor zichzelf de Menense awards op te richten, jawel Menen. Het zou kunnen dat u hier een kleine toets sarcasme zou horen, maar ik moet toegeven dat ik op Boechout, het grootste boeregat met de meeste sterallures, ook ongelofelijk fier ben. Ik zou bijvoorbeeld een award aan onze Jaak uitreiken, onze dorpsgek die eigenlijk na lang onderzoek helemaal niet ONZE dorpsgek blijkt te zijn, aangezien hij overal verschijnt. Ik zou een award uitreiken aan café kalifornia dat de beste cocktails maakt van Boechout en oud en jong samenbrengt. Ik zou een award uitreiken aan St. Gabriël, de school waar ik jaren op heb geklaagd maar die er toch maar voor heeft gezorgd dat mijn verdere schoolcarrière vlot verloopt. Maar soit, we wijken af, want het punt is dat ik dit nooit echt zou doen, in Menen dus wel, als ik het goed begreep ging het enkel om de handelszaken en werden de persoonlijke toetsen er wat uitgelaten.
Nu het was niet het concept van de awards dat ik zo grappig vond, maar het concept van mensen die veel te veel geld betalen voor een feest en zich dan ineens koningen en koninginnen wanen. Hapjes niet aannemen om niet te gulzig over te komen, geen moeite doen om uit de weg te gaan voor mensen (ja wij) met overvolle plateau’s, oesters eten ook al lusten ze dit helemaal niet, … Wat nog grappiger is, is dat eens de mensen verrijkt worden met drank het chicce er wat meer afgaat en de ware aard wat meer naar boven komt. Oké ik geef toe, ik heb al erger meegemaakt, in walibi slaagde de mensen er in de aardappelen met hun handen uit mijn buffet te verwijderen omdat ze te ongeduldig waren, maar toch zag je hier soms onder de getruceerde laagjes ‘chicheid’ de boersheid eens piepen. Een vrouw die het nodig vindt om een fles water bruut uit iemands handen te trekken, omdat ze anders helemaal (ja toch wel zeker vijf meter geloof ik…) naar de bar moet wandelen. Een man die heel het kot bijeen roept omdat zijn (gratis) fles champagne is verdwenen, mensen die zich zoveel macht wanen dat ze vinden dat ze zich dan ook zo maar achter de bar mogen wanen… En de grootste boer van al die wel het meeste sfeer bracht was de enige echt Coco Junior. Een geweldig optreden met de meest degoutantste, platvloerse opmerkingen er tussen gegooid. Meneer Junior u bent er in geslaagd de laag chicheid weg te spelen, proficiat daarvoor. U hebt mijn avond draaglijk gemaakt door de vieze blikken van omhooggevallen boeren te laten versmelten met de geweldige songs dat u speelde! Maar toch was ik ongelofelijk blij dat ik om 2u het gebouw (een sporthal, kwestie van zo chique mogelijk te gaan) te mogen verlaten.
En stiekem vind ik dat ik wel een Menense award heb verdiend… En de zatte Menense man stemde hier met in!